Wie op een mooie dag in het begin van maart door een geschikte ijsvogelbiotoop loopt en zijn oren en ogen goed de kost geeft, heeft een grote kans een ijsvogelpaartje te ontdekken, dat op zoek is naar een mooie steile wand aan de oever om er een nestgang in te graven. Voor mij de mooiste periode van het jaar, als de paartijd weer is begonnen.
De vogels vliegen luid roepend achter elkaar aan, dan hoog tussen de bomen, dan weer vlak over het water, daarbij vrijwel elke bocht van de beek volgend, vrijwel zonder er één af te snijden.

Wanneer er een geschikt wandje gevonden is, kan het graven beginnen. Het eerste stukje aarde wordt weggepikt door voor de wand vliegend stil te hangen, het zogenaamde bidden. Langzaam ontstaat zo een centimeters diepe gang, waar de ijsvogels net in kunnen kruipen.

Om zijn eieren en later de jongen goed te beschermen, graaft de ijsvogel zijn nest in een steile wand. Door de smalle gang zijn de eieren beter beschermd tegen de grotere rovers, de steile kant maakt het bijv. een hermelijn of bunzing moeilijker om het nest te betreden en de eieren of jonge ijsvogels te roven.

Tekst: ijsvogels.nl / foto’s Gerrit van de Velde



